Ontwikkelingsproblemen

Zoals elk levend wezen is ook het menselijk embryo in elke fase van de zwangerschap een samenhangend geheel, waarbij de vorm en de functie perfect in elkaar passen. Het embryo verandert voortdurend van vorm en functie. Het komt voor dat deze veranderingen en ontwikkelingen door prikkels van buitenaf, of door factoren van binnenuit niet goed verlopen. Het embryo zal er alles aan doen om dit te compenseren. Sommige ontwikkelingsproblemen zijn niet of moeilijk te compenseren. Soms kunnen ze zo ernstig zijn dat ze tot lang na de geboorte hun sporen achterlaten.

Met ingang van de derde zwangerschapsmaand begint de foetale fase.

In deze fase zijn de belangrijkste inwendige organen en het zenuwstelsel aangelegd en de belangrijkste uitwendige lichaamsdelen gevormd. De verdere ontwikkeling verloopt nu langzamer dan in de voorafgaande maanden. De lichaamssystemen van de foetus zijn op dit moment nog zéér fragiel, maar zijn al in staat om met elkaar te communiceren. Bepaalde invloeden, zoals bijvoorbeeld langdurige stress bij de moeder tijdens de zwangerschap, kunnen ervoor zorgen dat lichaamssystemen van de foetus uit balans raken. Deze dysbalans is niet zichtbaar, maar is in staat om bepaalde regelmechanismen, organen en o.a. de hersenontwikkeling nadelig te beïnvloeden, waardoor er geen evenwichtige en krachtige interne communicatie meer mogelijk is.

Voor de BSM-de Jong® therapie zijn juist die problemen, welke in deze fase van de vorming van het individu ontstaan, van groot belang. Door problematiek tijdens de zwangerschap kan de latere ontwikkeling van het kind op zowel motorisch als geestelijk gebied vertragen. De embryonale ontwikkeling en de geboorte kunnen beiden bepalend zijn voor de mogelijkheid om een krachtig metabolisme (stofwisseling) te gaan ontwikkelen, wat nodig is voor een goede uitrijping van de hersenen en dus een een goed leervermogen.